Vlaamse Beweging is sociale beweging

Vlaamse Beweging is sociale beweging

Een interview met oud-voorzitter Guido Moons

Naast “Nu” en “Nie pleuje” horen we van jou ook vaak de zinsnede “Vlaamse Beweging, Sociale Beweging”. Waarom?

Daarvoor wil ik graag verwijzen naar wat wijlen oud-voorzitter Eric Defoort naar voor schoof i.v.m. de idee van Vlaamse onafhankelijkheid: “Vlaamse onafhankelijkheid is géén doel op zich, geen fetisj maar wél een instrument om in Vlaanderen naast volwaardig politiek zelfbestuur ook welvaart en welzijn te creëren. Je kan toch nooit een onafhankelijk Vlaanderen bouwen op een sociaal-economisch kerkhof?” En juist die sociale component vind je steeds terug binnen de VVB-werking. Of het nu ging over ‘Werk in eigen streek’ in de jaren 60 of over een Vlaamse verankeringspolitiek in de jaren 80 en 90 of over de splitsing van B-H-V, dat sociale element was altijd aanwezig. Toegegeven, de ene keer meer prominent op de voorgrond dan de andere keer

Waar liggen de kiemen daarvan?

Einde 19de en begin 20ste eeuw was het volop de periode van de industriële revolutie. Die was er in Vlaanderen de oorzaak van dat de toen sterk aanwezige huisnijverheid zwaar de grond werd ingeboord. Gevolg: werkloosheid, armoede en ik-weet-niet-welke schrijnende toestanden nog meer. Met de komst van grote fabrieken in de steden zoals bv. in Aalst en Gent het geval was, groeide ook het fabrieksproletariaat (uitbuiting van arbeiders, kinderarbeid … ). Die sociale kloof die ontstond tussen arm en rijk had nog een ander kenmerk: de rijke top sprak Frans, de taal van de armen was het Nederlands, in dat geval een Vlaams dialect. Het is trouwens in die periode dat de cynische uitspraak werd genoteerd: “Le flamand est une langue pour servir.” Duidelijker en cynischer kan het toch niet? Bij de opkomst van de arbeidersbeweging en het syndicalisme merk je dan ook dat iconische figuren van toen zoals Emiel Moyson en de gebroeders Adolf en Pieter Daens die strijd voor elementaire sociale rechten ook combineerden met bv. een gegeven zoals de dwingende noodzaak van verplicht onderwijs in het Nederlands. Het prille ontstaan van wat je de Vlaamse Beweging kunt noemen begint toen en daar. Mag ik nog even verwijzen naar een gevleugelde uitspraak van de roemruchte socialist Emiel Moyson: “’t Vlaamsch zelfbestaan zou eenmaal nog herleven door ’t stemrecht voor elkeen.” Dat is toch klare taal, niet?

Vlaamse Beweging is sociale beweging

Een figuur zoals priester Daens wordt door velen geclaimd. Waarom mag de Vlaamse Beweging dat (ook) doen?

‘Claimen’ is misschien nogal sterk uitgedrukt. Maar wat je wel opmerkt in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, zeker na WO1 toen de beweging aan invloed en gezag begon te winnen, is dat er met groot respect werd verwezen naar priester Daens en zijn broer Pieter, maar eveneens naar andere bekende kopstukken uit het daensisme zoals Hector Planquaert uit de streek van Oudenaarde. Zij kaartten immers een aantal pijnpunten aan, die later ook door de Vlaamse Beweging werden overgenomen, bv. de vernederlandsing van de Gentse Hogeschool (universiteit). Priester Daens en Pieter Daens dienden al in 1905 een wetsvoorstel in voor de vernederlandsing ervan. Het is ook opvallend dat vanaf het interbellum heel wat daensisten zich gingen engageren binnen uitgesproken Vlaamse verenigingen zoals het Verbond VOS.

Rond de eeuwwisseling komt er o.m. een algemeen meervoudige stemplicht voor mannelijke kiezers (cijnskiesstelsel) en een afschaffing van de loting met het invoeren van de dienstplicht. Duidelijke verbetering voor de kleine man. Maar dan barst de Eerste Wereldoorlog los. Betekent dit ook voor Vlaanderen terug naar af?

Of de modale kleine man kon genieten van die meervoudige stemplicht, daar zou ik toch een vraagteken bij willen plaatsen, maar dit terzijde. Het is in ieder geval een historisch gegeven dat het Belgisch leger in die tijd een typisch product was van het zogenaamde ‘La Belgique une et indivisible’. Zo gaapte er een immense sociale kloof tussen het officierenkorps dat quasi eentalig Franssprekend én hoogopgeleid was en de gewone frontsoldaat, die meestal geen gebenedijd woord Frans verstond en in vele gevallen zelf amper kon lezen en schrijven. Het was zeker geen toeval dat tijdens WO1 officieren uit het Franse leger nogal meewarig spraken over het Belgisch leger van toen in termen zoals ‘L’ armée des pauvres’. En dat had heus niet alleen te maken met de slechte bewapening van het Belgisch leger in 1914.

Je kan toch nooit een onafhankelijk Vlaanderen bouwen op een sociaal-economisch kerkhof ?

Vanaf wanneer steekt de Frontbeweging de kop op?

Echt als één georganiseerd en goed werkend geheel kan worden verwezen naar hun meest bekende wapenfeit: de eerste open Frontbrief gericht aan koning Albert op 11 juli 1917. Meer symbolisch kon die datum niet en het is ook veelbetekenend. Het was een wijdverspreid pamflet waarin de beschamende (sociale) achteruitstelling van de Vlaamse frontsoldaten wordt gehekeld. Die Frontbeweging had vertegenwoordigers in de zes legerdivisies en werd geleid door een legendarisch geworden driemanschap: de Ninovieter Adiel De Beuckelaere, Filip De Pillecyn (vlak voor het uitbreken van de oorlog aangezocht om de eerste redacteur van De Standaard te worden) en de jonge Vlaams-Brabantse jurist Hendrik Borginon. Na het verspreiden van die open brief werd door de militaire overheid jacht gemaakt op al wie zich inzette in en voor de Frontbeweging. En menig Vlaamsgezind piot belandde zo achter de tralies in een of ander hechteniskamp in Frankrijk. Meest bekend zijn de zogenaamde ‘houthakkers van de Orne’.

Klopt het dat de Frontbeweging de start betekende van de moderne Vlaamse Beweging?

Dat kan je inderdaad zo stellen. Volgens studiewerk van de jong gestorven Brugse historicus Luc Schepens waren in de Frontbeweging om en bij de 5000 soldaten actief. Dat was gezien de penibele oorlogssituatie en de hevige vervolging die ze riskeerden zeker niet een getal dat je zomaar bagatelliseert. Na de oorlog werd door Vlaamsgezinde oud-strijders het Verbond VOS opgericht en ontstonden vrij vlug ook de Bedevaarten naar de Graven van de IJzer. Zo werd werkelijk de basis voor een steeds meer en breder wervende Vlaamse Beweging gevormd, de Beweging waarin wij vandaag ook actief zijn. Ik denk dat we bv. zouden schrikken hoeveel VVB-leden kunnen verwijzen naar hun voorvaderen die soldaat waren tijdens 14-18 en die zich daarna engageerden voor de werking van het Verbond VOS.

Vlaamse Beweging is sociale beweging

Vlaamse onafhankelijkheid is een instrument om welvaart én welzijn in Vlaanderen te bewerkstelligen.

In de nasleep van de collaboratie en de repressie na WO2 zijn binnen het Vlaams-nationalisme vele sociale initiatieven ontstaan. Zelfhulpgroepen avant la lettre als het ware. Maar wie dan de beelden van de massale Marsen op Brussel in 1961 en 1962 bekijkt, ziet leuzen als ‘Werk in eigen streek’, ‘De taal van de arbeider=de taal van de fabriek’, ‘Vlaamse arbeiderskinderen naar de universiteit!’ … Waar komt die omslag vandaan?

Niet enkel de buitensporige excessen van de repressiewetgeving weekte in het Vlaanderen van die dagen grote verontwaardiging los. Maar een typisch unitaire en francofone belgicistische politiek nog steeds in de geest van ‘et pour les flamands la même chose’ wakkerde bij heel wat Vlamingen wrevel en onvrede aan. En voor alle duidelijkheid: dat waren zeker niet allemaal Vlaams-nationalisten! Vlaanderen was de achteruitstelling kotsbeu. Een achteruitstelling niet enkel op politiek vlak (communautaire scheeftrekkingen allerhande, cfr. de eis voor het vastleggen van de taalgrens, de boycot van de talentelling in 1960) maar ook een grote sociaal-economische achteruitstelling. In het Vlaams urgentieprogramma van de VVB bekendgemaakt op 8 juli 1956 (waarin o.a. Maurits Coppieters de pen voerde) valt ook een duidelijke oproep op voor een sterk regionaal economisch beleid en wordt eveneens meer aandacht gevraagd voor de economisch meest verwaarloosde gebieden in Vlaanderen.

Lees ook het artikel uit het ADVN tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse Beweging.

Wat was in die dagen de rol van de VVB?

De VVB groeide in die periode (einde van de jaren 50 en de jaren 60) uit tot een belangrijke sterkhouder binnen de Vlaamse Beweging. Bij tal van massamanifestaties was de VVB betrokken, zowel op organisatorisch vlak als voor het leveren van voetvolk: het protest tegen de wereldtentoonstelling in 1958, de grote amnestiebetoging in Antwerpen in 1959, de al eerder vermelde boycot van de talentelling eveneens in 1959 en de roemruchte marsen op Brussel in 1961 en 1962 met de eis voor federalisme, voor de vastlegging van de taalgrens en (zeker niet te vergeten) de grote roep om werk in eigen streek. Waar absoluut niet aan mag voorbijgegaan worden is het jaar 1966 met het sterke engagement van de VVB n.a.v. de dramatische sluiting van de steenkoolmijn in het Limburgse Zwartberg. De VVB koos voluit de zijde van de Limburgse kompels en pleitte voor het openhouden van deze rendabele mijn.

Is de Vlaamse Beweging in de 21ste eeuw nog steeds een sociale beweging?

Ik kom hier terug op wat wijlen Eric Defoort verklaarde, nl. dat het streven naar Vlaamse onafhankelijkheid geen doel op zich is maar eveneens een instrument om welvaart én welzijn in Vlaanderen te bewerkstelligen. Onafhankelijkheid houdt voor de VVB in de 21ste eeuw ook in dat naast het luik van een onafhankelijke, zelfstandige en politieke besluitvorming er ook een sociaal-economisch luik dient aanwezig te zijn. Een voorbeeld van een sociaal zwaar beladen dossier waarin de VVB de komende jaren nog veel tijd en energie zal moeten steken is het dossier van een Vlaamse sociale zekerheid. De koepelvereniging van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ), waarvan de VVB deel uitmaakt, levert al decennia degelijk en goed onderbouwd studiewerk daarrond. Mensen zoals prof. dr. em. Eric Ponette, Jürgen Constandt en Erik Stoffelen (beide laatstgenoemden van het VNZ) verdienen alle lof voor het voortrekkerswerk dat ze daarvoor tot nu toe geleverd hebben. Maar de weg naar die volwaardige Vlaamse sociale zekerheid is nog lang en hindernissen op die weg zijn legio, cfr. het lastige en loodzware deeldossier van de onzalige transfers van noord naar zuid maken het er zeker niet eenvoudiger op. De VVB heeft dus de eerstkomende jaren zonder enige twijfel nog een pak zinvol werk voor de boeg. Dat is een bevestiging van het feit dat de Vlaamse Beweging een sociale beweging is én blijft! Nie pleuje!

Vlaamse Beweging is sociale beweging

Deel dit bericht op uw sociale mediakanalen of verzend de link met een E-post bericht.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest
Share on telegram
Telegram
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
E-Post

De Vlaamse Volksbeweging een duwtje in de rug geven? Uw steun zorgt ervoor dat de Vlaamse Volksbeweging haar werk kan blijven uitvoeren. Bovendien krijg je jaarlijks vanaf een bedrag van €40 een fiscaal attest.