Merkwaardige Brusselse cijfers

Merkwaardige Brusselse cijfers
Jan Degadt

Jan Degadt

Jan Degadt is een Vlaamse econoom en emeritus-hoogleraar aan de KU Leuven campus Brussel (sinds 2013 onderdeel van de KU Leuven) en nog promotor van diverse onderzoeksprojecten. Hij is voorzitter van de stuurgroep van het Studiecentrum voor Ondernemerschap Odisee binnen Odisee, initiatiefnemer van het onderzoekscentrum BRIO en lid van diverse raden en werkgroepen.

Biografie op Wikipedia

Thema's uit 1989 zijn nog steeds actueel

Alhoewel de wereld van 1989 niet dezelfde is als de wereld van 2021, is het opvallend dat een aantal thema’s die toen werden besproken nog steeds actueel zijn. Zo is er de blijvende vraag rond de verhouding tussen gewest en gemeenschap. Opvallend is verder dat men in 1989 niet negatief stond tegenover de toenemende aanwezigheid van Europese en internationale instellingen en de toenemende invloed van het Engels. Men maakte zich wel al zorgen over de prijzen van het vastgoed, het toenemende verkeer en de stadsvlucht. Ook de taalwet verdient blijvende aandacht. Men rekende en rekent ook op de nodige assertiviteit bij de Vlaamse politieke vertegenwoordiging in Brussel. 

In Reset beschrijft Mark Elchardus hoe Brussel verwaterd is tot een hoofdstedelijk gewest waar geen band tussen de inwoners meer aanwezig is die toelaat om van een (h)echte Brusselse gemeenschap te spreken. Hij definieeert er de toestand als hopeloos. Ondanks alle inspanningen van de hoofdstedelijke regering om werk te maken van een ‘Brusselse identiteit. 
 
Wat historisch perspectief biedt het artikel hierna. Hoe het met de Vlamingen, en het gebruik van het Nederlands in Brussel was gesteld vlak na de eerste verkiezingen van de Brusselse regering, in 1989,  kan u lezen in deze bijdrage van professor Jan Degadt.  

Merkwaardige Brusselse cijfers

Bij het opruimen van oude papieren botste ik op een merkwaardig document van onze eigen vereniging. Ineens had ik in mijn handen het ‘Verslag van het Colloquium en de enquête georganiseerd door het Vlaams Komitee voor Brussel’. Het colloquium vond plaats op zaterdag 13 mei 1989 in De Markten. Deze datum maakt het colloquium bijzonder interessant, ook voor wie het verslag naleest in 2021. De hoofdtitel is immers: ‘Brussel na 18 juni 1989’. Jawel, de datum van de eerste verkiezingen voor het Brusselse Parlement.

De toenmalige voorzitter van het VKB was Etienne Wieme. Opvallend is dat hij in zijn voorwoord de aanwezige vertegenwoordigers van de Nederlandstalige én de Franstalige pers dankt voor hun belangstelling.

Brussel, een vierde gemeenschap?’

De inleiding van André Monteyne krijgt alvast een pertinente titel: ‘Brussel, een vierde gemeenschap?’ (met vraagteken!). Monteyne was toen ondervoorzitter van de Nederlandse Commissie voor de Cultuur van de Brusselse Agglomeratie (NCC). Hij wijst erop dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) bevoegdheid krijgt voor sommige persoonsgebonden aangelegenheden, waardoor er een voorafbeelding van een mogelijke vierde gemeenschap in Brussel ontstaat. Wij hebben later, bij de defederalisering van de bevoegdheid voor de gezinstoelagen in de zesde staatshervorming, inderdaad moeten vaststellen dat deze bevoegdheid in Brussel is toegewezen aan de GGC.

Merkwaardige Brusselse cijfers

Paul Stoppie was in 1989 de voorzitter van het Verbond van Vlaams Overheidspersoneel (VVO). Hij stelt zich in zijn referaat de vraag of de taalwet van toepassing is op de (Brusselse) gewestinstellingen.  In zijn slotbeschouwing schrijft hij: “De huidige toestand is dus niet uitzonderlijk gunstig, maar ook niet uitzonderlijk slecht. Maar hij is niet enthousiasmerend.” Verder lezen wij: “Er moet afgewacht worden welke invloed de Vlaamse vertegenwoordigers in de Raad en Executieve van het Brussels Gewest zullen hebben”. Er was en is dus veel huiswerk, zowel voor de Vlaamse politici als voor het Vlaamse middenveld in Brussel.

Inzet vrijwilligers

Het volgende referaat is van Jan Béghin. Hij was in 1989 de voorzitter van de NCC. Hij stelt zich de vraag wat de nieuwe instellingen kunnen betekenen voor het Vlaams verenigingsleven in Brussel. In een historisch overzicht toont hij het grote belang aan van het verenigingsleven voor de Vlaamse aanwezigheid in Brussel. Het Vlaamse verenigingsleven is in Brussel niet ontstaan en opgebloeid dankzij de goede wil en de steun van de plaatselijke overheden. Elke realisatie  is het resultaat van de inzet en hard werk van vrijwilligers. Met de VGC zal er eindelijk een overheid zijn die een ondersteunende rol kan spelen. Wij citeren uit het besluit van Béghin: “Van de nieuwe instellingen voor Brussel, die op 18 juni worden verkozen, inzonderheid voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de opvolger van de NCC, mogen wij verwachten dat zij de historische reflex niet verliezen en het belang heel nadrukkelijk blijven onderkennen van een eigentijds en dynamisch verenigingsleven”.

  • ONAF het ledenmagazine van de VVB

  • Categorieën

  • De cartoons van Van Mol. Bekijk ze hier

  • Nieuws berichten archief

  • Hoofdstad niet loslaten

    Reej Masschelein, toenmalig coördinator van de Brusselse Welzijnsraad, stelde zich de vraag hoe de toestand zal worden in de bicommunautaire instellingen.  Zo stelt hij dat de Vlaamse Gemeenschap haar hoofdstad niet mag loslaten. Dat betekent (onder meer) een aangepaste budgettaire dotatie en een Brusselbeleid dat ook rekening houdt met het multicultureel karakter van de hoofdstad. Masschelein pleit ook voor overlegsystemen tussen de actoren zoals VGC, GGC, Vlaamse Gemeenschap, OCMW’s en gemeentebesturen. Het naleven van de taalwet is een must. Ook Masschelein besluit met een opdracht voor de beleidsvoerders in Brussel: “Wat er in werkelijkheid van terecht zal komen en de kwaliteit die het zal hebben, dat zal in belangrijke mate afhangen van de middelen en ruimte die de Vlaamse Gemeenschap ons zal gunnen, maar voor een niet onaanzienlijk deel zal het ook van onze eigen Vlaamse (en Waalse / Franstalige) beleidsvoerders in Brussel afhangen”.

    Rivaliteit tussen Engels en Frans

    Het laatste referaat was van Rik Coolen. Hij was in 1989 de adjunct-kabinetschef bij de minister van het Brussels Gewest, de federale minister Philippe Moureaux. Hij wijst op de rivaliteit tussen het Engels en het Frans in de Europese en internationale instellingen. Dat brengt met zich mee dat het Engels ook in Brussel een plaats zal opeisen. Hij wijst ook op andere mogelijke gevolgen, zoals de groei van de kantorenmarkt en de groeiende inkomensongelijkheid.

    Interessante cijfers uit 1989

    Het VKB heeft naar aanleiding van het colloquium  een enquête laten houden tussen 28 april en 5 mei 1989 door een extern bureau bij 500 Nederlandstalige kiezers, gespreid over de Brusselse kieskantons.

    Bijna de helft van de respondenten (48,3%) meent dat zij in openbare diensten doorgaans goed worden onthaald in de eigen taal. 36,1% vindt het onthaal in de eigen taal min of meer goed. Toch is er ook 9,5% dat het onthaal ‘slecht’ vindt. Dezelfde vraag over het onthaal in de eigen taal werd ook gesteld naar winkels toe. 39,3% vond dit onthaal ‘goed’, 47,5% vond het ‘min of meer goed’ en 9,6% slecht.

    Wat de Europese instellingen betreft, verwacht 81,5% van de respondenten dat Brussel de hoofdstad van Europa wordt. 75,6% verwacht hogere prijzen voor het vastgoed. Opvallend is dat 52,6% van de respondenten toen al een globale munteenheid verwachtte.  Een ander opvallend gegeven is dat 70,4% wenst dat Brussel de hoofdstad van Europa wordt, tegen 15,8% dat het niet wenst. De groei van het Engels in Europa wordt door een meerderheid niet als een nadeel maar evenmin als een voordeel beschouwd, noch voor zichzelf, noch voor Brussel.

    Voor de Europese verkiezingen zal 85,9% een stem uitbrengen op een Nederlandstalige lijst en 9,2% op een Franstalige lijst.

    Groeiende uitwijking van Nederlandstaligen

    Een van de problemen was en is de groeiende uitwijking van Nederlandstaligen uit Brussel. Die stadsvlucht wordt vooral (58,8%) toegeschreven aan de perceptie dat de stad ‘vuil’ is en verder ook (58,0% van de respondenten) aan de relatief hogere prijzen van huizen en bouwpercelen in Brussel. Andere boosdoeners zijn het drukke en gevaarlijke wegverkeer en de hogere belastingen.

    35,7% van de respondenten vindt dat Vlamingen zich vreemdeling voelen. Toch verklaart 49,0% dat zij zelf nooit zullen uitwijken, maar 37,8% zegt wel dat in de toekomst te zullen doen..

    Wat de verkiezingen van 18 juni 1989 betreft, verwacht 58,5% van de respondenten dat de Vlamingen in de nieuwe instellingen evenveel politieke macht zullen hebben als ervoor. 18,8% verwacht meer politieke macht en 18,1% minder politieke macht.

    Jan Degadt

    De VVB heeft met Professor Jan Degadt ook een boeiend gesprek gevoerd over Brussel. Ontdek het in de podcast: 'Brussel een boeiende stad.

    Wil u meer lezen van Professor Jan Degadt?

    Brussel. Een hoofdstad in meervoud.

    Wat maakt een hoofdstad tot hoofdstad? Hoe groot moet zo’n stad zijn, hoeveel inwoners tellen, hoe sociaal en etnisch gediversifieerd? Bestaat er zoiets als de ideale hoofdstad? En waarom zien steeds meer visionaire cultuursociologen en economen de toekomst in de steden liggen?
    Beantwoordt Brussel overigens aan die kenmerken? Kan Brussel, zoals het vandaag bestaat en is opgevat, als gemeente, Belgische hoofdstad, gewest en Europese hoofdstad, zijn rol aan? Zit het veeltalige Brussel niet genepen in een staatshervormingslogica die het niet toelaat te groeien tot een heuse metropool? Of is dat niet nodig?

    Deel dit bericht op uw sociale mediakanalen of verzend de link met een E-post bericht.

    Share on facebook
    Facebook
    Share on twitter
    Twitter
    Share on linkedin
    LinkedIn
    Share on pinterest
    Pinterest
    Share on telegram
    Telegram
    Share on whatsapp
    WhatsApp
    Share on email
    E-Post

    De Vlaamse Volksbeweging een duwtje in de rug geven? Uw steun zorgt ervoor dat de Vlaamse Volksbeweging haar werk kan blijven uitvoeren. Bovendien krijg je jaarlijks vanaf een bedrag van €40 een fiscaal attest.