Open brief aan Elio Di Rupo

Open brief aan Elio Di Rupo
Jules Gheude

Jules Gheude

Foto Di Rupo ©Reporters / Photoshot

Open brief aan Elio Di Rupo

Open brief aan Elio Di Rupo

Meneer de minister-president,

In het interview dat u op 17 september ter gelegenheid van de Fêtes de Wallonie aan de krant Le Soir gaf, zei u dat u het debat over de Waalse identiteit nieuw leven wilde inblazen. Ik citeer: “In mijn toespraak van aanstaande zaterdag zal ik het hebben over het gevoel bij de regio te horen. Het is duidelijk dat dit gevoel zeer sterk is aan Nederlandstalige zijde. […] Wij zien in Brussel ook een zekere trots om te behoren tot de kosmopolitische, internationale hoofdstad van Europa, dat toenam  sinds de oprichting van het Brussels Gewest in 1989. Aan de Waalse kant is er nog een lange weg te gaan. Wij proberen de mensen te overtuigen, door het werk dat we doen, de projecten die we ontwikkelen, met name door het herstelplan. Dit gevoel moet zich uitstrekken van Moeskroen tot Verviers, van Terhulpen – want Terhulpen ligt in Wallonië, wat de Brusselaars vergeten – tot Aarlen.”

Open brief aan Elio Di Rupo
© Reporters / Photoshot
  • ONAF het ledenmagazine van de VVB

  • Categorieën

  • De cartoons van Van Mol. Bekijk ze hier

  • Nieuws berichten archief

  • Geen punt van debat, bij nader inzien

    Deze identiteitskwestie wordt al jaren aan de orde gesteld. Ze ligt aan de oorsprong van de hartstochtelijke ruzie die de gemeenschapsdenkers – zij die de Franse Gemeenschap van België verdedigen – tegenstelt aan de regionalisten – die deze gemeenschap willen ontmantelen in naam van een Waalse identiteit en cultuur.

    Het feit dat wij de behoefte voelen om een Waalse identiteit te doen tot stand komen, bewijst dat ze niet bestaat. En terecht: qua taal en cultuur zijn wij Fransen die door toedoen van de geschiedenis buiten de Zeshoek zijn gaan wonen.

    Zoals elke Franse regio heeft Wallonië zijn specifieke kenmerken: dialecten, folklore, culinaire specialiteiten. Maar zoals elke Franse regio kan het er ook prat op gaan dat het deel uitmaakt van een algemeen kader dat André Renard in 1958 omschreef als “een grote fakkel, een groot cultureel baken”. Waar hij aan toevoegde: “Ons hart blijft gehecht aan Frankrijk. Wij hebben vertrouwen in dit Frankrijk dat voor ons eeuwig is.”

    Een identiteit kan niet bij decreet worden ingevoerd, ze kan hooguit worden vastgesteld en bekrachtigd. De Naamse historicus Félix Rousseau heeft het goed uitgelegd: Waarom spreken de Walen al eeuwenlang Frans? Waarom hebben ze de Franse cultuur overgenomen, terwijl – vanuit politiek oogpunt – heel Wallonië gedurende meer dan duizend jaar (behalve Doornik en omstreken) slechts twintig jaar Frans was, van 1794 tot 1814? Al in de dertiende eeuw werd het Frans overal als literaire taal overgenomen. Dat is het belangrijkste feit in de intellectuele geschiedenis van Wallonië. Zonder enige dwang, uit vrije wil, zijn de Walen in de invloedssfeer van Parijs terechtgekomen en hebben zij zeven eeuwen lang, met een nooit aflatende trouw, deelgenomen aan de Franse cultuur.”

    Namen

    Namen, de hoofdstad van het Waals Gewest, was de geboorteplaats van twee culturele ‘glories’: Félicien Rops en Henri Michaux. De eerste sloot zich aan bij de vervloekte dichters in Parijs (zijn sulfureus werk bracht de gegoede burgerij van Namen in verlegenheid!). Henri Michaux nam afstand van België en koos voor de Franse nationaliteit. De in Luik geboren Georges Simenon ging op 17-jarige leeftijd naar Parijs, en het was ook in de Franse hoofdstad dat de componisten André-Modeste Grétry en César Franck bekendheid verwierven. De voorbeelden zijn legio.

    Als er, zoals u opmerkt, in Vlaanderen een sterk gevoel van collectieve verbondenheid bestaat, dan is dat het gevolg van de lange en hardnekkige strijd die Vlaanderen via de Vlaamse beweging heeft moeten voeren om uiteindelijk taalkundig en cultureel erkend te worden binnen een koninkrijk, België, waarvan het bestuur in handen was van een hoofdzakelijk Franstalige bourgeoisie.

    Open brief aan Elio Di Rupo

    “Ons hart blijft gehecht aan Frankrijk. Wij hebben vertrouwen in dit Frankrijk dat voor ons eeuwig is.”

    André Renard - 1958

    Open brief aan Elio Di Rupo

    Open brief aan Elio Di Rupo
    Philippe Stuinen, voorzitter van het 'Institut Jules Destrée'.

    Apathie van de burgers

    Meneer de minister-president,

    Wanneer de lichten van de Fêtes de Wallonie zullen gedoofd zijn, moet gezegd worden dat de Waalse bevolking niet getriggerd is. De bevestiging van de identiteit wordt samengevat in de apathie van de burgers, en vooral van de jongeren. Er is geen wakker worden aan, noch enig mobiliserend effect.

    Moeten we verrast zijn? Al jaren volgen herstelplannen elkaar op zonder noemenswaardige resultaten. In een interview aan La Libre Belgique in juni 2016 benadrukte Philippe Suinen, voormalig hoofd van Awex (Waals exportagentschap), die ook uw stafchef was toen u vicepremier was, dat “het grootste probleem in Wallonië de staking is”. Volgens een wekelijkse Courrier du Crisp (nr. 2383-2384) hadden de Walen in 2017 maar liefst 110 stakingsdagen tegenover 39 voor de Vlamingen.

    Maar het is niet alleen dit etiket van ‘grévuculture’ dat ons schaadt. Er is ook wat wijlen econoom Jules Gazon omschreef als politiek-bestuurlijke hypertrofie, het gevolg van ongebreideld cliëntelisme. Een voorbeeld: Vlaanderen is goed voor meer dan 80% van de Belgische export, en het heeft daarvoor veel minder agenten in dienst dan Wallonië! Om nog maar te zwijgen over de herhaalde affaires die een betreurenswaardig beeld geven van het bestuur. Het meest recente geval is dat van de griffier van het Waalse parlement.

    De goedkeuring van de artsenquota is een maat voor niets.

    Denigrerend

    U zegt dat u zich ergert aan het feit dat vooral Vlaanderen zich ten opzichte van Wallonië denigrerend gedraagt. Maar delen de Waalse leiders niet zelf de stokken uit om hen mee te slaan?

    Wijlen econoom Robert Deschamps waarschuwde u eerder: “Wallonië leeft boven zijn stand en onder zijn mogelijkheden”.

    Vlaanderen dankt zijn welvaart aan een rechts beleid dat gericht is op ondernemerschap, waardoor het een dicht en dynamisch netwerk van kmo’s heeft kunnen ontwikkelen. Bovendien heeft Vlaanderen in 1980 de keuze gemaakt om zijn instellingen samen te voegen door het Gewest in de Gemeenschap op te nemen: één regering, één parlement, allemaal gevestigd in Brussel. Zuinigheid van middelen! Aan Franstalige zijde was de PRL voorstander van een dergelijke formule, maar de PS was tegen.

    Aan professor Robert Liénard, toen die verwees naar ‘het geval’ Wallonië aan het eind van de jaren zestig gaf president De Gaulle als raad mee: “Probeer jonge leiders te vinden die het volk de waarheid vertellen en mobiliseer wat er van hen overblijft”.

    De waarheid vandaag is dat Wallonië op de rand van het faillissement staat en dat de kloof tussen Wallonië en Vlaanderen kolossaal is. Vlaanderen is een echte natie geworden en wil niet langer financieel solidair zijn met een Waals Gewest dat in haar ogen een ongepast beleid voert. Een dergelijke ontwikkeling maakt het uiteraard onmogelijk om het federale systeem voort te zetten.

    Eenzijdig afzetten

    De ontmanteling van België zal onverminderd doorgaan tot op de dag waarop de Vlaams-nationalisten, met een absolute meerderheid in hun eigen parlement, zich eenzijdig zullen afscheuren.

    Op die dag zullen we ons de woorden van Félix Rousseau herinneren: “Sinds de 13e eeuw bestaat er op intellectueel vlak geen grens tussen Wallonië en Frankrijk. Omdat het Frans al eeuwenlang hun cultuurtaal is, hebben de Walen geprofiteerd van het enorme fortuin, het onvergelijkbare prestige en de enorme invloed in de wereld.”

    Wallonië, aan zichzelf overgelaten, zal onmiddellijk in een sociaal bloedbad belanden. Het resultaat zou een  klimaat van opstand zijn, om het met Jules Gazon te zeggen. Een WalloBrux, dat Paul Magnette, voorzitter van de PS, perfect levensvatbaar acht, is bovendien niets meer dan een prachtige utopie. Uit een studie van Rudi Janssens, onderzoeker aan de VUB, uit 2013 blijkt dat 73,9% van de Brusselaars autonomie wil in geval van het verdwijnen van België. Slechts 4,6% koos voor een vereniging met Wallonië en 4% met Vlaanderen. Je hoeft geen groot ziener te zijn om te begrijpen dat de Brusselaars geen zin hebben om zich in de Waalse begrotingsafgrond te storten. Een afgrond die u zelf als ‘abyssaal’ heeft omschreven.

    Open brief aan Elio Di Rupo
    Félix Rousseau, Waals historicus (1887 - 1981).

    Xavier Mabille

    Meneer de minister-president,

    U bent ongetwijfeld Xavier Mabille niet vergeten, de voormalige voorzitter van het CRISP, wiens oordeelkundigheid unaniem werd erkend. In het voorwoord dat hij schreef voor mijn boek L’incurable mal belge sous le scalpel de François Perin legt hij uit: “Mocht de hypothese van de splitsing van de Staat uitkomen (een hypothese waarvan ik al lang zeg dat ze in geen geval mag worden uitgesloten), dan lijkt het mij duidelijk dat het probleem slechts een Europese en internationale dimensie kan krijgen die het nu ontbeert. […] Om het zo duidelijk mogelijk te stellen: Vlaanderen […] zou kunnen beslissen over haar eigen zelfbeschikking. Zij zou echter niet tegelijkertijd over het lot van Wallonië of Brussel beslissen”.

    Daarom is het belangrijk om nu al na te denken over de vraag hoe de Waalse bevolking een duurzame en geloofwaardige post-Belgische toekomst kan worden gegarandeerd. Wat wijlen Jean Gol een “waardig, redelijk en ordelijk overlevingsantwoord” noemde. Op dit punt was hij het volledig eens met generaal De Gaulle, die zijn gesprek met Robert Liénard afsloot met de volgende woorden: “Ik ben ervan overtuigd dat alleen een land als Frankrijk een toekomst kan garanderen voor uw drie tot vier miljoen Walen.”

    Deel dit bericht op uw sociale mediakanalen of verzend de link met een e-postbericht.

    Facebook
    Twitter
    LinkedIn
    Pinterest
    Telegram
    WhatsApp
    E-Post